Jan Evert Scholten (1849 - 1918)

Jan Evert Scholten 1849-1918
Jan Evert Scholten 1849-1918 (A.S. Weinberg)

Op 19 februari 1913 werd de eerste Groninger volkstuinvereniging ‘Tuinwijck’ opgericht door het Comité voor Volkstuinen te Groningen, onder leiding van grootindustrieel Jan Evert Scholten (1849-1918). Oorspronkelijk was het Scholtens intentie om een stadspark op te richten waar mensen van alle rangen en standen elkaar zouden ontmoeten en waar de volkstuinen deel van uit zouden maken. De medebestuurders van Vereniging Stadspark vonden het echter niet passen om het stadspark te delen met arbeiders. Daarom stelde Scholten zijn eigen grond aan het Eemskanaal beschikbaar en richtte hij het Comité voor Volkstuinen op.

Het doel van dit comité was mensen een tuin verhuren die zelf geen tuin tot hun beschikking hadden ‘ten behoeve van nut en genoegen’. Daarbij vond Scholten tuinieren een gezonde vrijetijdsbesteding en hij hoopte de arbeiders op deze manier uit de kroeg te houden. De doelgroep voor de volkstuinen bestond uit ambachtslieden, werklieden, post- en spoorwegpersoneel, onderwijzers, kantoorpersoneel, kleine renteniers en kleine winkeliers.

Een tuin voor vijf gulden per jaar

Vereniging Volkstuinen Tuinwijck begon met honderd tuinen, die voor vijf gulden per jaar te huur waren. Anders dan nu, overnachtte men er niet. Alleen de portier woonde op het terrein. Om een van de eerste honderd tuinen te bemachtigen, werd een verloting in het leven geroepen. De mensen die werden ingeloot, kregen daarna lessen over tuinieren. Naar het idee van Scholten vonden deze lessen plaats op vrijdag- en zaterdagavond, zodat de deelnemers niet hun geld zouden uitgeven in de kroeg. De vraag naar volkstuintjes was groot en al in 1916 was het tijd om uit te breiden. Op het terrein werden tachtig extra tuinen aangelegd. De tuinen konden zowel voor recreatie als voor het verbouwen van groenten en fruit worden gebruikt, al lag in de beginjaren de nadruk op de laatste functie.

Het Lichtjesfeest

In 1918 overleed Jan Evert Scholten en een jaar later kreeg het bestuur van Vereniging Volkstuinen Tuinwijck de volledige verantwoordelijkheid voor de tuin. Al in de eerste jaren van deze vereniging vierden de leden jaarlijks een feest; het lichtjesfeest. Naast de lichtjes, waren er vaak ook muzikale optredens. Na de Tweede Wereldoorlog werd de functie van groenten en fruit verbouwen minder relevant en die van recreatie aantrekkelijker.

Tuinwijck aan het Eemskanaal 1920
Tuinwijck aan het Eemskanaal 1920 (Vereniging Volkstuinen Tuinwijck, 2013)

Tuinwijck maakt plaats voor industrie

In 1932 werd duidelijk dat de gemeente plannen had om het Eemskanaal, waaraan de tuin gelegen was, te verbreden. Dit betekende dat een deel van Tuinwijck verplaatst moest worden. Pas in de jaren vijftig werd dit een urgent probleem. De gemeente had toen het plan opgevat om een industrieterrein te bouwen op de plek van de tuin, waardoor het volledige volkstuincomplex verplaatst zou moeten worden. De volkstuinen die werden opgericht als een gevolg van toenemende industrie, moesten later wijken voor de industrie.

In 1960 begon de ontruiming van de volkstuin. Dit leidde tot chaos onder de leden, die nog geen alternatieve plek toegewezen hadden gekregen en dus hun huisjes en spullen niet ergens anders kwijt konden. Veel leden voelden zich door de gemeente in de steek gelaten. Een aantal van hen stak hun onderkomen zelfs in de brand. Deze tijd kan gezien worden als een dieptepunt in de geschiedenis van Tuinwijck. Veel leden stopten met tuinieren of sloten zich aan bij een andere volkstuinvereniging. De anderen wachtten op het alternatief.

Tuinwijck aan de Helperzoom 1965
Tuinwijck aan de Helperzoom 1965 (Vereniging Volkstuinen Tuinwijck, 2013)

Helperzoom

Het alternatief kwam in 1963. Toen was het nieuwe terrein aan de Helperzoom af. De locatie waar de volkstuin zich nu nog steeds bevindt. Het was niet meteen een succes, veel tuinen hadden nog geen eigenaar. De gemeente spoorde oud-Tuinwijckers zelfs aan om naar de nieuwe plek te komen door hen een geldbedrag te betalen. Uiteindelijk kreeg elke tuin een eigenaar. Tuinwijck bestaat nu uit 143 recreatieve tuinen met een huisje en 24 groentetuinen. De recreatieve functie van de volkstuin is steeds belangrijker geworden. Nog steeds worden er veel recreatieve activiteiten georganiseerd zoals yoga of klaverjassen. Voor veel leden is de tuin een plek waar ze de stad kunnen ontvluchten.

Film gemaakt door Frits Boersma