Woeste Weelde

Een spinnenweb kriebelt onder mijn kin, als ik het Vlinderpad doorkruis. Ik sla de muggen en vliegen van me af, een waterjuffer zoeft voorbij. Een beetje jungle in Groningen-Zuid. Het zoemt en bromt van het leven, dat verwacht je niet in de stad. Dan doemen tussen de bladeren de keurige bonenstaken, plastic stoelen en vochtige bedjes van Tuinwijck op.
Natuurmonumenten komt er niet aan te pas, hier werken hartstochtelijke hobbytuiniers aan het heil van de wereld. Of toch ten minste aan dat van hun eigen stukje groen. Zo spuiten ze hier geen gif, maar brandnetelthee. De grindpaden glinsteren nog van de slakkensporen als de eerste fietsers in een van de 143 siertuinen verdwijnen. Het persoonlijk paradijs heet ‘Ons Hoekje’ of ‘Black Money’. Omringd door sloten, hoge bomen en het spoor blijft de tuindersvereniging onzichtbaar voor wie van het bestaan niet afweet. Bij de ingang staat het borstbeeld van de steenrijke industrieel Jan Evert Scholten, die het moestuinencomplex in 1913 oprichtte voor zijn arbeiders. Hij mag dan een beetje op Stalin lijken, Scholten was als miljonair wel degelijk begaan met de wereld om hem heen. Bronstig brullende kikkers doen me denken aan wat je nu met zulke rijkdom zou kunnen doen. Een nieuw klimaatakkoord misschien? De paddenpoel vormt samen met he tgrote speelveld een aaneengesloten groene oase waar alles kwaakt en tjilpt – Annie M.G.’s torteltuin is er niets bij. Aan deze soortenrijkdom dankt Tuinwijck zijn bestaansrecht. Anders had de paringsroep van de kikkers allang plaatsgemaakt voor nóg een woonwijk, of de oprukkende Zuidelijke Ringweg. Een vergeten schaar in het hoge kweekgras – tijdens de tuindienstenknippen de leden de wildernis weer een beetje opmaat. Al acht jaar voert de vereniging een strikt ecologische koers. Zo is de ooit strakke jarenzestigvijver zo uit gegraven dat er zoveel mogelijk hoogteverschillen en microklimatenzijn ontstaan. Nu vind je er salomonszegel, muurleeuwenbeken andere soorten van de rode lijst. Het ritmisch tikken en timmeren van tuingereedschap wordt vandaag, tijdens de tweejaarlijkse onderhoudsbeurt, afgewisseld met een bijna onheilspellend zacht zoevend geluid. In halve cirkels zwiepen de zeisen door het hoge gras vanhet speelveld, de Woeste Weelde genaamd. Deze manier van maaien geeft de beestjes in de kruidlagen de kans hun heil elders te zoeken, en zorgt ervoor dat wilde bloemen kunnen ontkiemen. Een beetje zoals de grote grazers het zouden doen. Het is aandoenlijk te zien wat de soms niet meer zo flexibele heupen over hebben voor leven dat nauwelijks met het blote oog waarneembaar is. Hier weten ze dat alles met alles in verbinding staat. En dat de kleinste overtreding van de regels de weelde verstoort. Misschien zou de wereld een voorbeeldkunnen nemen aan de microkosmos van Tuinwijck. En dat we dan op zaterdagmorgen ons paradijsje redden, nog voor de eerste koffie is gezet.

Madelief ter Braak

Pin It