Sloot en wal controle

Omdat de sloten op Tuinwijck tamelijk ondiep zijn, dringt licht tot op de bodem door. Samen met de veelal aanwezige voedselrijkdom is dit er de oorzaak van dat waterplanten er goed kunnen gedijen. Door het jaarlijks afsterven van waterplanten ontstaat er een grote hoeveelheid organisch materiaal dat zich op de bodem ophoopt. Hierdoor worden de sloten snel ondieper. Zonder onderhoud kunnen sloten in vijf tot tien jaar geheel verlanden. Als gevolg van de afzet van bagger wordt het doorstroomprofiel van de watergangen steeds geringer. Hierdoor kan de aan- en afvoerfunctie van de watergangen in gevaar komen. Frequent baggeren is dan noodzakelijk om de sloten op diepte te houden.

Door het ondieper worden van sloten en vijvers neemt de bufferende ervan werking af. Overdag kan door zoninstraling de temperatuur van het water snel oplopen tot soms meer dan
35 ° C. De afbraakprocessen in de baggerlaag onttrekken zuurstof aan de waterlaag. Hierbij kan ’s zomers tijdelijk zuurstofgebrek tot totale zuurstofloosheid optreden. In zuurstofarm water lossen stoffen als fosfaat en het giftige sulfide beter op en kunnen dan hoge concentraties bereiken. Zuurstofarm water remt ook de omzetting van ammonium via nitriet in nitraat. Vooral de omzetting van nitriet naar nitraat verloopt dan zeer langzaam. Een gevolg hiervan is dat er een hoge concentratie van nitriet ontstaat. Nitriet is uiterst giftig voor vissen.

Door een versnelde afbraak van organische stof ontstaat er een overvloed van voedingsstoffen in het water. Als gevolg hiervan neemt de vertroebeling sterk toe. Troebel water is minder geschikt voor plantengroei omdat er minder licht tot de bodem kan doordringen. Door verminderde plantengroei wordt weer minder zuurstof gevormd.

In water waarin bovengenoemde processen zich afspelen kunnen slechts weinig diersoorten overleven. Er is dan geen sprake meer van een ecologische functie. Door baggeren wordt het bufferende vermogen van het water vergroot. Hierdoor zullen bovenstaande processen niet of in veel mindere mate optreden.

De beste periode om de sloot schoon te baggeren is van september tot november. Daarna is beroeren van de slootbodem onwenselijk omdat vissen en amfibieën er dan hun winterslaap houden. Het baggeren kan vanaf de kant het gemakkelijkst met een spork of hekkel. Ook is het mogelijk om met een waadpak de sloot in te stappen en met een platte vork de bodem schoon te scheppen.

Binnen een afstand van 1,5 meter uit de sloot mag geen bebouwing staan, ongeveer daar waar het schuine gedeelte begint. Dit gedeelte van 1,5 meter wordt hier “de slootkant” genoemd. Voor de sloot bij de moestuinen wordt een afstand van 1 meter aangehouden.

De slootkant dient groen te zijn, dus géén terrassen, stenen of planken. De slootkant mag uitsluitend begroeid zijn met gras en oeverbeplanting (bijvoorbeeld dotterbloem, kattestaart, aronskelk, iris, snoekkruid, zwanebloem). Bomen en wortelopschot dienen uit de wal en de slootkant te worden verwijderd ter bescherming van de walbeschoeiing.

In de slootkant mag geen haag worden geplaatst omdat dit de lichtinval in de sloot belemmert. Het is niet toegestaan tuinafval of andere zaken op de slootkant op te slaan. Het water van de sloten aan de buitenkant van Tuinwijck (aan de noord-, zuid- en oostkant) hoeft niet door de leden geschoond te worden. Maar zij moeten er wel voor zorgen dat de slootkant van deze buitensloten overeenkomstig de regels wordt onderhouden.

Pin It