Nadere regels bestuur

Nadere regels wal en sloot (op grond van artikel 4, tweede lid, van het reglement van toezicht)

  • Geen bebouwing binnen een afstand van 1,5 meter uit de sloot (daar waar het schuine gedeelte begint). Dit gedeelte van 1,5 meter wordt hier “de slootkant” genoemd. Voor de sloot bij de moestuinen wordt een afstand van 1 meter aangehouden.
  • De slootkant dient groen te zijn. Dus géén terrassen, stenen of planken.
  • De slootkant mag uitsluitend begroeid zijn met gras en oeverbeplantingen (artikel 4, derde lid, reglement van toezicht).
  • Bomen en opschot dienen uit de wal en de slootkant te worden verwijderd (bescherming walbeschoeiing).
  • In de slootkant mag geen haag worden geplaatst (belemmert lichtinval sloot, wal en slootkant). Hierdoor wordt groei bemoeilijkt of zelfs teniet gedaan.
  • Het is niet toegestaan tuinafval of andere zaken op de slootkant op te slaan.

Het water van de sloten aan de buitenkant van Tuinwijck (aan de noord-, zuid- en oostkant) hoeft niet door de leden geschoond te worden. Maar zij moeten er wel zorg voor dragen dat de slootkant (zie hierboven) van deze “buitensloten” overeenkomstig de nadere regels wordt onderhouden.
Het bestuur heeft uitgesproken dat alle sloten en slootkanten uiterlijk in het najaar van 2018 in overeenstemming moeten zijn gebracht met de gestelde regels en dat in de jaren daarna jaarlijks in het najaar onderhoud plaatsvindt conform die regels.

Regels van het bestuur: bouwwerken die aanvraagvrij en zonder tekening gebouwd mogen worden (als bedoeld in artikel 6 van het bouwreglement)

  • Een tuinhekje dat geplaatst wordt in de ligusterhaag, aan de voorzijde van de tuin.
  • Bouwwerken die ter ondersteuning van groenvoorzieningen aangebracht worden, zoals palen bij bomen en klimop planten.
  • Een vlaggenmast met een maximale hoogte van 3,40 meter vanaf het maaiveld.
  • Een kweekkast, compostbak, bijenhotel, schommel, buitendouche, zulks met inachtneming van de in het bouwreglement opgenomen voorschriften en beperkingen: minimale afstand tot de voorgrens 8 meter, minimale afstand tot de zijgrens 1 meter, minimale afstand tot de sloot 1,50 meter, maximale hoogte 2,40 meter vanaf het maaiveld. Verder geldt de maximale bebouwingsoppervlakte van 36 m2 voor alle bouwwerken samen.
  • Een volledig licht doorlatende kas (de maximale bebouwingsoppervlakte is 6 m2) of klein gesloten houten gereedschapshok (de maximale bebouwingsoppervlakte is maximaal 1,5 m2) op de moestuinen, zulks met inachtneming van de in het bouwreglement opgenomen voorschriften en beperkingen: minimale afstand tot de voorgrens 15 meter, minimale afstand tot de zijgrens 1 meter, minimale afstand tot de sloot 1 meter, maximale hoogte 2,40 meter vanaf het maaiveld.

Nadere regels tuindiensten (op grond van artikel 6, zesde lid, van de statuten)

Uitgangspunt
Alle leden van Tuinwijck worden in principe ingeroosterd voor de drie reguliere tuindiensten.

Algemene vrijstelling
Leden van verdienste, ereleden en diegenen die op 10 december 2016 lid van Tuinwijck en op dat moment 70+ waren (geboren op of vóór 1 december 1946) , zijn van rechtswege vrijgesteld van de verplichting tuindiensten of andere werkzaamheden voor Tuinwijck te verrichten.

Automatisch vrijstelling tuindiensten
De volgende leden zijn automatisch (zonder aanvraag) vrijgesteld van de verplichting om de reguliere tuindiensten te draaien:
a. de door het bestuur benoemde leden die belast zijn met het beheer van specifieke borders. Het betreft ervaren leden die weten hoe de borders onderhouden moeten worden;
b. de door het bestuur benoemde leden van het bouwteam;
c. de door het bestuur benoemde leden van de kennismakingscommissie;
d. de door het bestuur benoemde leden van de commissies heg/pad en sloot/wal;
e. leden aan wie door de ALV de vrijwilligersvergoeding is toegekend;
f. het lid dat de ledenadministratie bij houdt;
g. de door het bestuur benoemde beheerder van de moestuinen;
h. de door het bestuur benoemde zitmaaiers, bosmaaiers en leden van de zeisploeg.

Andere algemene werkzaamheden
De tuindiensten worden uitgevoerd op zaterdagen. Eén ploeg werkt op de maandag. Het is zeker niet zo dat iedereen fysiek zwaar werk moeten doen. Er is sprake van een grote diversiteit aan werkzaamheden, van licht tot zwaar. In principe kan iedereen er terecht.

Niettemin kan ieder lid het bestuur uiterlijk 1 maand na publicatie van het tuindienstrooster schriftelijk (brief, mail) en gemotiveerd verzoeken hem/haar in plaats van tuindiensten andere algemene werkzaamheden op te dragen. Daarbij kan met name worden gedacht aan die leden die kampen met hun gezondheid, of die om andere fysieke redenen toch niet kunnen deelnemen aan tuindiensten. Maar er zijn ook andere redenen denkbaar.
Wat betreft die andere algemene werkzaamheden kan bijvoorbeeld worden gedacht: schilderwerk gebouwen, onderhoud speeltoestellen, beheer speeltuin, administratieve klussen etc. Daarbij is men dan niet gebonden aan dagen en tijden van de “gewone” tuindiensten.
Op deze manier kan iedereen meewerken aan het welbevinden van onze vereniging.

Van de aanvrager wordt verwacht dat hij/zij zelf met concrete voorstellen komt voor een andere invulling. Richtsnoer is dat iedereen in elk geval de gevraagde uren draait (op dit moment 10,5 uren per jaar). Aanvragers worden uitgenodigd voor een gesprek, met het doel concrete, passende afspraken te maken. In bijzondere situaties kan de uitkomst ook zijn dat alsnog een algemene vrijstelling wordt verleend.

Leden die niet tijdig een schriftelijke aanvraag bij het bestuur indienen of een onvolledige aanvraag, worden geacht de drie reguliere tuindiensten te draaien. Zij worden dan zonder meer ingeroosterd voor deze diensten. Dat geldt evenzeer voor leden die zelf niet met voorstellen komen voor een andere invulling. Leden moeten dus zelf nadenken over de vraag wat zij voor de vereniging kunnen betekenen.

Tussentijdse vrijstelling tuindiensten
Op basis van bijzondere omstandigheden kan het bestuur lopende het seizoen op ad hoc basis vrijstelling verlenen van de verplichting om mee te doen aan de 3 reguliere tuindiensten. Gedacht moet hierbij worden aan situaties dat een lid zich gedurende een bepaalde periode bijzonder heeft ingespannen voor de vereniging. Van deze mogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt als van tevoren duidelijke afspraken met het bestuur worden gemaakt. Alleen als het objectief gezien niet mogelijk is van tevoren afspraken te maken, kan dat “tijdens de rit”. Denk bijvoorbeeld aan de geschillencommissie. Van tevoren valt niet te voorspellen hoeveel zaken zich aandienen voor deze commissie. Dan kunnen “tijdens de rit” afspraken worden gemaakt.

Regel is dus dat van tevoren afspraken worden gemaakt, op initiatief van de leden zelf. Concrete voorbeelden zijn: leden die tijdrovende activiteiten op Tuinwijck organiseren of die zitting nemen in de redactie van de Tuinwijcker. De aangewezen weg is om voorgenomen activiteiten met het bestuur te bespreken en dan meteen de vrijstelling aan de orde te stellen.
Het is uiteraard ook mogelijk dat geen vrijstelling wordt verleend voor alle tuindiensten maar voor één of twee.

Vervanging
Op grond van artikel 1, tweede lid, van het reglement van toezicht kan een lid zich bij tuindiensten/ander algemeen werk laten vervangen door iemand anders. Het is dus niet (langer) zo dat leden die iemand anders meenemen daarmee in één keer twee diensten draaien.
Een lid die het fysiek te bezwaarlijk vindt om een hele tuindienst van 3,5 uren te doen, mag uiteraard wel iemand meenemen, zodat beiden halverwege de tuindienst huiswaarts kunnen. Uiteraard na overleg met de ploegleider.

Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2018.

Aldus vastgesteld door het bestuur in november 2017

Pin It