De Vlindertuin

vvTuinwijck-helperzoom-8-vlindertuinDe vlindertuin van Tuinwijck is in 2000 ontworpen. Om aantrekkelijk te zijn voor vlinders moet zo’n tuin aan een aantal voorwaarden voldoen.

Een vlindertuin moet voorzien in planten waar vlinders hun voedsel uit kunnen halen: nectarplanten.Vlinders halen met een lange roltong nectar uit de bloemen. Alleen bepaalde planten hebben geschikte bloemen. Naast de bekende vlinderstruik, die in elk bloempje een flinke druppel nectar heeft, zijn dat: ijzerhard, beemdkroon, damastbloem, hemelsleutel, herfstaster, koninginnekruid, lavendel, vaste muurbloem en het enkelbloemige afrikaantjes. In de Vlindertuin van Tuinwijck zijn veel van deze planten te vinden.

Een vlindertuin moet planten hebben waar de rupsen van kunnen eten: waardplanten. Het zijn vaak wilde planten zoals brandnetels of klaversoorten, die meestal niet in tuinen staan. Maar ook klimop is een waardplant: de rupsen van het boomblauwtje eten van de bloemknoppen.

Waardplanten
Geschikte waardplanten zijn:
– brandnetel (dagpauwoog, kleine vos, atalanta)
– judaspenning (witjes, oranjetipje)
– pinksterbloem (witjes, oranjetipje)
– damastbloem (witjes, oranjetipje)
– look-zonder-look (witjes, oranjetipje)
– klaversoorten (icarusblauwtje)
– vuilboom (citroenvlinder, boomblauwtje)
– hop (gehakkelde aurelia, boomblauwtje)
– klimop (boomblauwtje)
– grassen (zandoogjes, dikkopjes)
Ook van deze planten zijn vele in de Vlindertuin te vinden.

Lokatie
Een vlindertuin moet beschut en zonnig zijn. Vlinders kunnen zichzelf niet warm kunnen houden: zij hebben zonnewarmte nodig om te kunnen vliegen. Daarom zijn vlinders vooral met mooi weer te zien.De vlindertuin van Tuinwijck ligt tot aan het eind van de middag in de zon. Helaas waait het vaak in de tuin: er is geprobeerd dat probleem op te lossen door het planten van klimop op de grens tussen groentetuinen (waar de wind vandaan komt) en vlindertuin.

Een vlindertuin moet plekken hebben waar vlinders kunnen overwinteren. Vlinders moeten de winter zien door te komen. Elke soort doet dat op zijn eigen manier, als vlinder, eitje, rups of pop. Al deze soorten moeten een plekje hebben om te overwinteren: in het hoge gras, tussen de beplanting of onder afgevallen blad. In een schoon geharkte kale tuin kunnen vlinders niet overwinteren. De vlindertuin van Tuinwijck wordt daarom pas opgeruimd als het voorjaar in volle gang is.

In de Winter
Aan het eind van de zomer, zijn er nog regelmatig vlinders te vinden in de tuin. Verschillende planten bloeien juist in de nazomer, zoals distels, meidoorn, klimop en guldenroede. Voor veel vlinders bieden deze planten nog genoeg nectar om te leven totdat de periode van winterrust ingaat. Er worden zelfs nog steeds eitjes gelegd. Komen hier nog vlinders uit voordat de winter begint? En wat gebeurt er met de vlinders die in deze tijd nog vliegen?

De meeste eitjes die aan het eind van de zomer gelegd worden brengen in dat jaar geen vlinders meer voort. De eitjes komen uit, de rupsen eten zich vol en verpoppen zich. En als pop komen ze de winter door. Alle koude maanden wordt de ontwikkeling tot vlinder uitgesteld, en pas als het voorjaar wordt komen de vlinders tevoorschijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het groot avondrood, een nachtvlinder waarvan op dit moment de rupsen gevonden kunnen worden. Ook twee andere grote pijlstaarten hebben nu rupsen, namelijk de ligusterpijlstaart en de lindepijlstaart. De rupsen zien er spectaculair uit, groot, gekleurd en met een duidelijk zichtbare “stekel” de pijl. Daarom worden ze nogal eens gevonden, ook in de vlindertuin. De rupsen van deze pijlstaarten graven zich in de aarde in, en verpoppen onder de grond. Hier gaan ze in winterrust, en in het voorjaar begint de ontwikkeling tot vlinder. In mei komen de vlinders uit.

Pin It