De Paddenpoel

vvTuinwijck-helperzoom-8-paddenpoelDe Paddenpoel van Tuinwijck was oorspronkelijk een afwateringsplek. In 2000 is deze met steun van het IVN omgevormd tot een paddenpoel.

Het ontwerp en beheer van deze poel is er in de eerste plaats op gericht goede leefomstandigheden te creëren voor amfibieën: kikkers, salamanders en padden.

Omdat de poel op diepste plek 1,5 meter diep is, vriest hij in de winter niet tot op de bodem dicht. Daarmee geef je de kikkers de mogelijkheid om daar te overwinteren. Salamanders en padden overwinteren op het land. Sommige kikkers geven ook daar de voorkeur aan. Voor hen zijn rond de poel vele schuilplaatsen gecreëerd in de vorm van gestapelde stenen, bladeren en takkenhopen.

Zonneoever
De noordhelling van de poel, die veel zon vangt, is ideaal voor amfibieën. Als koudbloedige dieren zijn zij afhankelijk van de buitentemperatuur. In de zon worden ze lekker warm en kunnen actiever worden. Langs de oevers van de poel en bij de gestapelde stenen kunnen ze voedsel vinden in de vorm van insecten, wormen en slakken. Ook in het water leeft van alles naar hun gading. Vissen zijn niet echt welkom in een paddepoel omdat zij de eitjes van de amfibieën opeten.

De langzaam oplopende noord-helling maakt het de dieren ook eenvoudig aan land te gaan. Salamanders en padden zijn in principe landdieren die alleen voor de voortplanting het water op zoeken. Alleen kikkers brengen het grootste deel van hun leven in het water door. Je kunt een kikker direct onderscheiden van een pad omdat hij een glimmende huid heeft. Dat heeft een pad niet.

Aan de bomen aan de rand van de poel zijn vleermuiskasten geplaatst om ook deze (zoog)dieren een plaatsje te bieden.

Voortplanting
Padden gaan in maart twee weken naar het water, vaak de plaats waar ze zelf geboren zijn. De vrouwtjes zijn wat groter dan de mannetjes. Dat is handig want de mannetjes beklimmen de vrouwtjes vaak al onderweg naar het water. In het water gekomen legt het vrouwtje de eieren terwijl het mannetje ze meteen bevrucht. De eieren van padden zitten in snoeren (die van kikkers in klompen).

Een enkel vrouwtje kan ongeveer 6000 eieren leggen. Die komen na acht dagen uit en dan zwemmen talloze kleine dikkopjes in de poel. Daar blijven ze zo’n twee tot drie maand. In die periode veranderen ze een paar keer van vorm. Eerst zwemmen ze als visjes rond en eten blaadjes. Na een tijdje krijgen ze pootjes en gaan ze over op dierlijk voedsel (aas kan ook). Hun staart wordt steeds korter en als die helemaal verdwenen is, gaan ze aan land. Ze zijn dan nog piepklein (1 cm). Na vier jaar zijn ze volwassen en kunnen ze zelf de tocht naar de poel gaan maken.

Padden kunnen 10 tot 20 jaar oud worden. Ze zijn voornamelijk ‘s nachts actief om niet uit te drogen. Overdag verstoppen ze zich in donkere vochtige hoekjes om te slapen. Bij gevaar blazen padden zich op om groter en gevaarlijker te lijken. Ze kunnen ook een vies smakende vloeistof afscheiden als bescherming tegen vraatzuchtige vijanden.

Plantenkeuze
Bij de keuze van planten om de poel is gekozen voor vele verschillende inheemse wilde planten: varens, ranonkelstruiken, toorts, longkruid, zevenblad, sneeuwklokjes, munt, gulden roede, wilde rozen, daslook, klimop, valeriaan, brandnetel, adderwortel, euphorbia, scilla, sleedoorn, teunisbloem, zenegroen, bosandoorn, kamperfoelie.

In de vijver bevinden zich verschillende soorten onderwaterplanten (hoornblad, waterpest, pijlkruid) en drijfplanten (kikkerbeet, waterdrieblad, dotterbloem, krabbescheer). Die laatste plant is van speciaal belang omdat het de enige plant is waar de groene glazenmaker (een libelle-soort) haar eitjes op legt. Deze plant woekert verschrikkelijk waardoor elk jaar de helft van de planten uit de poel moet worden gehaald om te voorkomen dat hij verlandt. In 2006 heeft de gemeente Groningen zo’n 500 planten uit de poel gebruikt om ecologische projecten in de stad van krabbescheer te voorzien.

Langs de oever zijn gele iris, slangenwortel, grote waterweegbree, riet en lisdodde te vinden.

Informatiebord
De Paddenpoel is er niet alleen voor de dieren, maar ook voor de mensen: zij kunnen op een bankje rustig het leven in de poel gadeslaan of op het steigertje vanaf het water rondkijken. Bij de poel staat een informatiebord voor mensen die meer willen weten over amfibieën.

Pin It